Man en agressie

Man en agressie

Man en frustratie, agressie en woede

Als mensen, die me nog niet zo goed kennen, mij omschrijven noemen ze me vaak rustig en doordacht. Vraag je het aan mijn ouders of mijn vrouw dan staat heethoofd veel hoger op het lijstje. Ik kan me enorm opwinden over verschillende onderwerpen en als het daarover gaat kan ik flink fel worden. En kom niet aan ‘mijn mensen of dieren’, want ik vreet je op.

Het monster in iedere man

Met andere woorden in me huist een enorm sterk monster, een woede en een agressie. En daar ben ik niet trots op. We worden als jongen en man ook veelvuldig verteld dat je lief moet zijn, niet vechten, niet boos worden, niet schreeuwen en braaf zijn. We worden geleerd om dat monster op te sluiten, te negeren en te kleineren. Het probleem is dat het monster hierdoor valser en valser wordt. Zoals in het boekje ‘There’s no such thing as a dragon’ van Jack Kent prachtig wordt weergegeven, groeit de draak iedere keer als je ‘m ontkent en negeert.

Woede en agressie

Dit geldt ook voor agressie. Dit monster in ons allemaal kan een enorme bron van kracht zijn. Het kan fungeren als een enorme waakhond. Als we onze woede onderkennen, onder ogen zien en weten te gebruiken is dat op zichzelf al afschrikwekkend genoeg. Dan hoef je agressie niet eens meer te gebruiken om respect af te dwingen.

Agressie of woede zijn hele krachtige bronnen. Zie het als een pitbull aan een riem. Als we deze pitbull in een hokje stoppen, aan een ketting leggen en verder negeren dan wordt ie valser en valser. Op de meest onverwachte momenten valt hij aan. Hij bijt gromt en blaft op de meest ongepast momenten. We hebben geen controlle over hem.

Agressie is als een pitbull

Als we deze pitbull nu van jongs af aan koesteren, onder ogen zien, trainen en begeleiden, groeit ie wellicht uit tot een sterke gesocialiseerde pitbull. Hij kan nog steeds bijten, grommen en blaffen, maar alleen als het echt nodig is. We kunnen met ‘m over straat zonder dat we bang hoeven te zijn dat ie de eerste beste voorbijganger in zijn kuiten bijt. Maar dreigt er gevaar, dan is ie er om ons en de mensen om ons heen te beschermen. Het is het verschil tussen ‘controlle hebben over’ en ‘bezeten zijn door’.

Bezeten door de duivel

Dus als we geen controle hebben over het monster in ons, dan heeft het monster controle over ons. En, geloof me, in ieder mens schuilt een monster en dat monster is velen malen krachtiger, gemener en donkerder dan de gemiddelde persoon wil geloven of toegeven. In ieder mens schuilt een moordenaar. Deze moordenaar of dit stukje duivel in ons allemaal kan ons bezitten als we het niet ‘cultiveren’.

Op de meest ongewenste of ongepaste momenten

Dit monster of deze moordenaar laat zijn kop zien in veel verschillende onbewuste uitingen. Onbewust stuurt dit monster ons een bepaalde richting in, door een fascinatie of juist een sterke afkeer van chaos, horror of geweld en bloedvergieten. Denk maar aan kijkersfile, we gaan massaal op de rem als een ongeluk gebeurt is en we proberen toch een glimp op te vangen van de chaos op de andere rijbaan.

Een onbewuste aantrekkingskracht

We voelen tegelijkertijd een aantrekkingskracht, een fascinatie en een afkeer voor het bloedvergieten. Ramptoerisme is niet voor niets een bekent fenomeen. En we gaan toch opzoek naar dat ene naar filmpje wat ‘viral’ gegaan is.

In deze momenten ontwaakt het monster en maakt dat we toch even afremmen, blijven kijken of gaan googlen. Het is een onbewust zelfonderzoek naar onze eigen donkere kant.

Op ongepaste momenten

Toen ik mezelf openstelde voor de kracht van deze donkere kant uitte dit zich in eerste instantie in hele donkere en zwarte gedachten en impulsen. Ik dacht op de meest ongepaste en onverwachte momenten hele donkere, angstaanjagende gedachten. En zoals geen enkele gedachten wordt en werd ik niet gedefinieerd door deze gedachten, maar het waren wel degelijk uitingen van de meest duistere kant die ook in mij schuilt.

Maar hoe krijg je het monster dan onder controle?

En de eerste stap naar een betere wereld, voor jezelf en voor de mensen om je heen, is het onder ogen komen van dit monster, van deze moordenaar. Durf je echt naar jezelf te kijken? Durf je voor het monster te gaan staan en hem recht in zijn ogen aan te kijken?

Liever niet kijken?

Dit is een dermate pijnlijke ervaring dat we dit vaak niet aan durven. En dat is dan ook de reden waarom heel veel mensen deze stap nooit echt durven nemen. Volkomen begrijpelijk, want het vergt een enorme hoeveelheid moed en durf om dit deel van jezelf aan te gaan.

Wie de schoen past…

Er bestaat geen eenduidige manier om dit deel van jezelf onder ogen te komen. De befaamde C.G. Jung noemde dit werk schaduwwerk. Het werken met jouw eigen schaduw en zoals hij zei: de schoen die bij de een knelt, zit de ander als gegoten. Met andere woorden, er is niet een manier om jouw eigen donkere kant, jouw schaduw onder ogen te komen.

Zelf maar niet alleen

Maar één ding is wel zeker: dit proces moet je zelf doen, maar kun je niet alleen. Dit is een proces waarbij je anderen nodig hebt. Mensen, of ze nou professionals zijn of mensen die dicht bij je staan, die absoluut het beste met je voor hebben. Die in staat zijn om je te zien lijden, naast je blijven staan en je een schouder bieden, letterlijk of figuurlijk, als je dit nodig hebt.

Letterlijk in de spiegel kijken.

It’s better to be a warrior in a garden then a gardener in a war.

Daar stond ik weer voor de spiegel, maar wat staarde daar terug?

Op zondagochtend ging ik altijd paardrijden bij een kleine manege bij ons in de buurt. Na het rijden bleef ik vaak even hangen, brachten we nog paarden naar het weiland of hielpen we met een klusje. Ik bleef niet alleen om maar zolang mogelijk bij de paarden te zijn, al was dat ook een belangrijke reden. Nee, ik bleef vooral het liefst zolang mogelijk hangen, omdat ik wist wat me te wachten stond als ik thuis kwam. Vaak kwam ik op zondagmiddag thuis in een leeg huis, omdat mijn ouders naar opa, oma of familie waren.

Zondagmiddagblues en spiegelstaren

Standaard werd ik op die zondagen overvallen door een donkere ‘zondagmiddagblues’. Een sterk gevoel van onbehagen, verdriet, eenzaamheid en afgrijzen naar mezelf. En dan moest ik gaan douchen. Als ik dan in de spiegel keek, werd ik overvallen door een angst. In die spiegel staarde iets terug wat ik maar moeilijk onder ogen kon komen en ik had geen idee wie dat wezen was dat terug staarde.

De confrontatie met mijn schaduw

Dit was mijn eerste stap in het onder ogen komen van mijn eigen schaduw. Het wezen dat terug staarde bezat een enorme agressie, dit monster was werkelijk tot alles in staat. Ik verdrong dit gevoel en keek mezelf in de jaren daarna het liefst zo min mogelijk aan in de spiegel.

Maar waarom de schaduw onder ogen zien en rehabilitatie van ‘de pitbull’

Don’t be docile, be a monster and then learn to control it. – Prof. Jordan Peterson

Toen ik me jaren later weer openstelde voor mijn eigen gevoelens en mijn schaduw, stak het monster weer de kop op. Hij liet zich zien in hele donkere agressieve gedachten en impulsen. En in plaats van hem te negeren, zag ik hem. Hij kreeg een gedaante en ik onderkende dat hij een onderdeel was van mezelf. Het voelt nu nog als een rehabilitatie van een agressieve valse hond die op onverwachte momenten kan uitvallen. Maar het rehabilitatie-proces helpt me ook om meer en meer te gaan staan voor mezelf, mezelf uit te spreken en een confrontatie aan te gaan, zonder mezelf volledig te verliezen.

De schaduw als compagnon en gids

Het onderkennen en aankijken van je schaduw maakt dat hij ook voor je kan werken, want de schaduw helpt je ook om te zien wat je liever niet wil zien van jezelf. En als je echt luistert zal hij je vertellen wat je te doen hebt, wat je nog mag repareren, onder ogen mag komen of waar je mee mag stoppen. Want in de basis is de schaduw – jouw innerlijke criticus – je krachtigste gids. Hij is er niet op uit je kapot te maken, maar om je juist te laten groeien. Want de meeste groei zit daar waar je liever niet wil zijn. En soms, of zelfs vaak, moet je nu precies daar zijn waar je liever niet wil zijn.

Ga maar eens voor de spiegel staan en kijk jezelf aan. Kijk jezelf diep je ogen? Wat zie je daar? Kun je blijven kijken? Durf je te voelen wat er nu gebeurt?

En merk je dat je net als ik dit proces wel zelf, maar niet alleen hoeft te doen. Schroom niet om contact met me op te nemen.

Hoe zie jij de wereld? Start jouw persoonlijke ontwikkeling.

Hoe zie jij de wereld? Start jouw persoonlijke ontwikkeling.

Modellen en persoonlijkheidsmetingen: ze kloppen niet, maar ze werken wel

Verslaafd aan het maken van persoonlijkheidstests. Toen ik een jaar of 10 geleden geïnteresseerd raakte in persoonlijke ontwikkeling, raakte al gauw geïntrigeerd door persoonlijkheidstests. Ik deed de ene na de andere opzoek naar een waarheid. En iedere keer weer ontdekte ik iets in mezelf wat van te voren nog onbewust of onverklaard was.

Bij iedere test merkte ik ook dat niet alles helemaal ‘paste’. Niet alle uitkomsten van een test waren honderd procent op mij van toepassing. Ze klopte nooit helemaal, maar ze werkte wel. Ik begon me af te vragen wat de waarde van al deze test nou eigenlijk is? Wat maakt nou dat het zo fijn is om een test te doen? En waarom doen we zo graag een test?

Een oerwoud aan modellen

We willen als mens niets liever dan onszelf en de wereld om ons heen begrijpen. Want als we het kunnen begrijpen, dan kunnen we anticiperen. Met veiligheid en overleven als uiteindelijk doel. Dat maakt dat we altijd opzoek zijn naar antwoorden, in een poging om onszelf en de wereld beter te begrijpen.

Wanneer we onszelf open stellen voor persoonlijke ontwikkeling krijgen we vaak meer vragen dan antwoorden. We gaan dan opzoek naar houvast. Modellen en persoonlijkheidsmetingen kunnen dan helpen om complexe concepten eenvoudiger te maken. De modellen helpen om kaders te stellen voor complexe concepten. Waarom is dat behulpzaam? Omdat de mens en mens-zijn ongelooflijk complex is. En modellen helpen ons om deze complexiteit te behapbaar te maken.

Dit hebben we altijd al gedaan. Eerst werd alles verklaard volgens het goden-model, later werd dit het God-model en de laatste eeuw is het data-model ontstaan. In het godenmodel wordt alles om ons heen verklaard door kosmische krachten (goden). Deze mensachtige superwezens bestierde alles wat op aarde en in de hemel gebeurde. Later ontstond hieruit het God-model, waarin één alwetend superwezen overbleef.

Dankzij de ontwikkeling van de mens, onderzoek en wetenschap is dit model de laatste eeuw vervangen door het data-model. Alles is te verklaren door cijfers en data: meten is weten. En als we iets nog niet kunnen verklaren, hebben we nog niet alle data. In dit data-model wordt ons leven grotendeels gedicteerd door een groot superwezen: het internet. En we valideren ons leven in toenemende mate door onze online aanwezigheid: als iets niet is gedeeld, is het niet gebeurt.

“Via het denkertje”

In dit data-model is het internet onze god en zijn data onze verlossers. Het probleem is dat ons denken, ons brein, daarmee verheven wordt tot iets goddelijks. Het is ons hoofd dat ons definieert, onze gedachten zijn het meest belangrijk en we zitten het grootste gedeelte van onze tijd vast in denkspiraaltjes en hersenspinsels.

Daarmee wil ik niet beweren dat ons hoofd en ons denken niet belangrijk is. Ook bij mij gaan dingen eerst langs ‘mijn denkertje’. Het probleem ontstaat wanneer ik teveel in mijn hoofd blijf hangen en ik de rest van mijn lichaam ga beschouwen als een soort altaar waarop dit ‘heilige hoofd met zijn goddelijke hersens’ rust.

Ik vergeet dat ik een lichaam heb, gevuld met een groot hart en een onderbuikgevoel. Ons gevoel, onze emoties en alles wat daarbij komt kijken, wordt in het data-model gedegradeerd tot iets primitiefs en ondergeschikts. Sonde. Want, hoewel ons bewuste, menselijke brein evolutionair jonger is dan dat deel wat we ook wel ons reptielenbrein wordt genoemd, wil dat niet zeggen dat onze andere aspecten minderwaardig zijn. In tegendeel zelfs. Hoe meer ik leer en ervaar over persoonlijke ontwikkeling en over mens-zijn hoe meer ik ons gevoel en onze emoties ben gaan waarderen.

Hoofd, hart en buik

Bij mij gaat het ook via die route. Nieuwe concepten, ervaringen of ideeën gaan bij via mijn hoofd. Dat wil niet zeggen dat ik niet soms al een onderbuikgevoel heb voordat ik iets cognitief snap. Maar ik wil wel graag kaders hebben waarbinnen ik een bepaald gevoel of emotie kan plaatsen. Dat gaat bij mij ‘via mijn denkertje’ zoals één van mijn docenten ooit tegen me zei. Dit geldt niet voor iedereen. Sommige mensen werkt dat anders. Misschien gaan dingen voor jou eerst via je buik (intuïtie) of juist via je hart (je gevoel).

In de basis kun je vanuit één van de volgende vijf voorkeurshoudingen leven:

  • Intuïtie
  • Realisme
  • Gevoel
  • Ratio
  • Generalist

Weten welke voorkeurshouding je hebt, helpt je om beter te begrijpen hoe je werkt, leert en denkt. De een is niet beter dan de ander, hooguit anders.

Een intuïtief persoon weet vaak van binnenuit wat hij of zij wil. Dit is geen cognitief weten, maar een dieper ‘weten’, een ingeving of inspiratie. Ze zijn creatief, abstract en brainstormen liever dan ze de praktische haalbaarheid overwegen.

Realistische mensen gebruiken bij voorkeur hun vijf basiszintuigen en vormen ideeën op basis van feiten en gegevens. Ze observeren wat om hen heen gebeurt en willen weten wat er precies aan de hand is. Ze hebben vaak een goed oog voor detail.

Gevoelsmensen baseren hun beslissingen op persoonlijke waarden. Ze gaan uit van persoonlijk en subjectieve overwegingen over wat belangrijk voor ze is. Ze zijn invoelend en overwegen de impact van hun beslissingen op anderen.

Rationele mensen redeneren via logische oorzaak-gevolgredenaties. Ze zijn goed instaat afstand te houden van de situatie en maken een objectieve analyse. Ze zijn van nature kritisch.

Generalisten putten uit alle vier de voorgenoemde voorkeuren. Ze zijn instaat om op basis van de situatie één van de vier voorkeurshoudingen aan te nemen. Vaak is één van de voorkeurshoudingen meer ontwikkeld dan de andere.

Hoe ontdek je welke voorkeurshouding jij hebt?

Kijk eens naar de bovengenoemde omschrijvingen. Welke van de vier herken je het meest? Vaak zijn er twee die het best bij je passen. Het kan dan zijn dat je de ene van nature in je hebt en de andere meer aangeleerd is.

Ikzelf ben van nature een realist, maar ik heb heel lang mijn gevoel geleefd. Ik gebruik bij voorkeur mijn zintuigen, ik observeer, ik neem waar wat ik zie, hoor, ruik en voel en ik neem dat ook voor waar. Maar ik heb aangeleerd om meer naar mijn gevoel te luisteren en mezelf daarin te verliezen. Waarom? Omdat ik het nodig had: het was mijn overlevingsstrategie. Als ik zorgde dat ik sensitief genoeg was afgestemd op mijn omgeving en naar mijn gevoel luisterde kon ik voorkomen dat ik gekwetst werd. Ten minste, dat had ik geleerd. Dit werd een onbewust patroon: het gebeurde iedere keer weer.

En nog ben ik heel gevoelig voor spanningen in mijn omgeving. Ik kan feilloos aanvoelen wat ‘r speelt en door mijn sterke waarnemingsvermogen kan ik goed onderscheiden wat er werkelijk aan de hand is. Het maakt ook dat ik goed ben in mijn vak als systemisch en sjamanistisch coach: dat gaat over observeren, waarnemen en uitzoeken wat er werkelijk speelt.

Door het zelfonderzoek van de afgelopen 10 jaar ben ik me hier bewust van geworden. Deze kwaliteiten (en tegelijkertijd mijn valkuilen) zijn er nog steeds. Ik weet nu dat ze er zijn en als een bepaald patroon weer de kop op steekt kan ik steeds sneller en adequater reageren, zodat het patroon minder lang stand houdt.

Zelfreflectie

Echte persoonlijke ontwikkeling start altijd met zelfreflectie. Zelfreflectie gaat over echt naar jezelf kijken, het gaat over de vraag ‘wat maakt dat ik de dingen doe zoals ik ze doe?’ En dat gaat een stuk dieper dan alleen reflectie. Reflectie betekent terugkijken, reflecteren op een situatie. Bijvoorbeeld, “gisteren was ik niet zo aardig tegen die collega. Dat ga ik de volgende keer anders doen”. Bij de zelfreflectie ga je op onderzoek uit naar wat maakte dat jij op die manier reageerde op wat jouw collega zei. Welk deel werd geraakt, waar herken je dat van, welk gevoel of associaties roept dat op. En wat zegt dat over jou?

De Pyramide voor persoonlijke ontwikkeling

Om tot echte zelfreflectie te komen mogen we dan ook dieper graven dan alleen maar kijken naar welk gedrag je laat zien. En in dit graven kom je in de basis 3 niveaus van persoonlijke ontwikkeling tegen. Deze niveaus vormen samen de persoonlijke ontwikkelings-Pyramide.

De Pyramide voor persoonlijke ontwikkeling bestaat uit 3 niveaus: gedrag, intrapsyche, systemisch.
De persoonlijke ontwikkelingspyramide

Je kunt deze Pyramide op twee manieren gebruiken van boven naar beneden of van beneden naar boven. Daarin is geen goed of fout, simpelweg twee routes.

De pyramide is altijd situatieafhankelijk. Dat wil zeggen een bepaalde situatie triggert een bepaald patroon in jou. Het is niet de schuld van de situatie, maar simpelweg de uitwerking van die situatie op jou.

Meer weten over de verschillende niveaus van persoonlijke ontwikkeling? Klik dan even hier. En ben je opzoek naar begeleiding in jouw persoonlijke ontwikkeling? Wellicht dat ik iets voor je kan betekenen.

De 3 Niveaus van Persoonlijke Ontwikkeling

De 3 Niveaus van Persoonlijke Ontwikkeling

De 3 Niveaus van persoonlijke ontwikkeling

Daar ging ik. Ik voelde een enorme energie door mijn lijf stromen. Een ervaring die ik nog nooit eerder had gehad. Mijn lijf deed dingen waar ik geen controle over had. Wat gebeurde hier? Ik had hier wel verhalen over gelezen. Ik was hier nieuwsgierig naar geweest. En iets in me wist dat dit waar was, wat nu gebeurde. Ik kon het alleen niet snappen. Mijn hoofd kon hier niet bij. En toch gebeurde het. Ik zag beelden die ik nog nooit eerder had gezien. Sven, de sjamaan, begeleidde me naar de grond. Mijn hele lijf schokte. Dit was groter dan ik.

Wat dat weekend allemaal gebeurt is, is haast niet te beschrijven. In mijn verhaal over de geboorte van mijn vaderschap ligt ik één aspect van dit bijzondere weekend toe. En ik kan alleen maar op grote lijnen omschrijven wat dat weekend aangeraakt is. Na dit weekend voelde ik de behoefte om te omschrijven wat dit nou eigenlijk was. En daarmee kwam ik op deze 3 niveaus van persoonlijke ontwikkeling.

De Persoonlijke Ontwikkelings-pyramide.

Disclaimer: Ik heb deze niveaus niet zelf bedacht. Ik heb ze alleen samengevoegd tot deze persoonlijke ontwikkelingspyramide.

Je kunt deze Pyramide op twee manieren gebruiken van boven naar beneden of van beneden naar boven. Ook daarin is geen goed of fout, simpelweg twee routes.

De 3 niveaus van persoonlijke ontwikkeling

De pyramide is op gebouwd uit 3 niveaus en is altijd situatieafhankelijk. Dat wil zeggen een bepaalde situatie triggert een bepaald patroon in jou. Het is niet de schuld van de situatie, maar simpelweg de uitwerking van die situatie op jou. Laten we de 3 niveaus van de pyramide eens aflopen van boven naar beneden:

In bepaalde situaties laat je altijd een bepaald gedrag zien. Op dit eerste niveau willen we ons gedrag sturen. We willen gelukkiger zijn, afvallen, meer sporten en productiever zijn. Je kunt gaan proberen dit gedrag te veranderen door tegen jezelf te zeggen: “de volgende keer dat iets vergelijkbaars gebeurt, ga ik ander gedrag laten zien”. Negen van de tien keer lukt dit echter niet. En als het al lukt, vinden we het vaak lastig om dit nieuwe gedrag ook te blijven voortzetten. Als het puntje weer bij het paaltje komt, schiet je toch weer in dat oude vertrouwde patroon. We eindigen weer achter Netflix met een zak chips of worden toch weer boos, verdrietig of zelfs depressief.

Je kunt jezelf vervolgens afvragen, wat in mij maakt nu dat ik iedere keer als dat gebeurt hetzelfde soort gedrag laat zien? Dat is het intrapsychisch niveau. Je onderzoekt dan in jezelf wat er achter dat gedrag zit: welk gevoel, welke emotie of, vaak, welke angst of pijn je wilt vermijden?

Je voelt ‘m misschien al aankomen. Dit intrapsychische niveau heeft ook een oorsprong. En deze oorsprong is daar ‘waar we vandaan komen’, de volwassenen die tijdens onze kindertijd belangrijk voor ons waren, die een significante rol in ons kinderleven gespeeld hebben. Dat is laag drie: het systemisch niveau.

Het systemisch/sjamanistisch niveau: Hocus-pocus?

Dit systemisch niveau is verweven met het sjamanistisch niveau. Dit klinkt erg hocus-pocus, I know. Ik heb dit ook lang verworpen en afgedaan als zweverig, tot ik zelf ging ervaren wat het nu daadwerkelijk inhoudt. Ik leg het uit.

We worden allemaal gevormd door ons systeem van herkomst, door het gezin waarin we geboren worden en door de familie waar we van afstammen. Ervaringen in de eerste 18 jaar van ons leven vormen ons tot de mensen die we uiteindelijk worden.

In dit systeem hebben we een plek. Zodra we geboren worden op deze wereld, ontvangen we ons leven van onze ouders en daar hoeven we in de basis niets voor (terug) te doen. We zijn verbonden aan onze (voor)ouders en ons gezin. Hierin kunnen echter, om allerlei redenen, verstoringen plaatsvinden.

Verstoringen?

Verstoringen in een familiesysteem zijn er in allerlei vormen en maten. We kunnen als kind bijvoorbeeld een plek boven onze ouders innemen, omdat één van onze ouders ziek of op een andere manier behoeftig was. We houden dan niet onze eigen plek, maar de plek van één van onze ouders bezet. De ouder komt daardoor automatisch op de plek van het kind te staan. Het kind voelt zich dan verantwoordelijk over de ouder. Er ontstaat een disbalans tussen geven en nemen, want het kind geeft meer aan de ouder dan de ouder aan het kind.

Op een latere leeftijd kan dit kind problemen krijgen met autoriteit, want hij of zij accepteert simpelweg niet dat iemand anders boven hem of haar gaat staan. Of door de onbalans tussen geven en nemen, geeft deze persoon zich volledig weg en neemt geen ruimte voor zichzelf. Hij of zij heeft immers nooit een plek voor zichzelf ervaren.

Wanneer de oorsprong van een dergelijke verstoring niet binnen het gezin ligt, maar één of meerdere generaties terug, raak je al snel aan het sjamanistisch vlak. Sjamanisme gaat over het gebruik maken van alle informatie die zich voordoet. En gaat uit van een sterkte verbinding tussen jou en al je voorouders. Je bent simpelweg het ‘eindproduct’ van alle mensen voor je.

Ook in de wetenschap wordt hier steeds meer bewijs gevonden. Dit wordt epigentica genoemd. Trauma’s kunnen van generatie op generatie doorgegeven worden. En pas meerdere generaties later aan de oppervlakte komen.

De verbinding tussen mensen vormt het sjamanistisch veld

Het systemisch niveau en het sjamanistisch niveau onderscheiden zich door de grote van de thema’s, maar zijn altijd onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Het systemisch veld gaat over de thema’s die voor die persoon en zijn of haar systeem gelden. Met een systemisch veld bedoelen we alle individuen die onderdeel uit maken van een familiesysteem. En ieder mens heeft dus zijn eigen systemisch veld. Deze mensen, en dus deze velden, zijn aan elkaar verbonden. En alle mensen samen – alle individuele systemische velden – vormen het grote sjamanistische veld.

Niet gek dus dat grote universele thema’s zoals ‘de schuld van de man’, ‘de verhouding tussen moeder en zoon’ en ‘de soevereine (schuldeloze/hulpeloze) vrouw’ terug te vinden zijn in kleinere velden van ons allemaal.

Echt zelfonderzoek gaat over het zoeken naar onszelf op het raakvlak tussen intrapsychische en systemisch/sjamanistisch niveau. Dus, wat in mij maakt dat ik de dingen doe zoals ik ze doe? En wat ligt daaraan ten grondslag?

Dit zelfonderzoek moeten we zelf doen niet alleen.

Durf jij het aan om echt naar jezelf te kijken? Wat in jou mag nu gezien worden? Ik heb nog een paar plekken vrij op mijn ‘Ontdek je Kracht’-dagen. Zodat je deze zomer kunt gebruiken om echt aan jezelf te werken.

De geboorte van mijn vaderschap

De geboorte van mijn vaderschap

De geboorte van mijn vaderschap

Terwijl ik dit schrijf ligt mijn pasgeboren zoontje Thomas bij mij te slapen. Hij ligt dicht tegen me aan, in een draagzak, de enige plek waar hij echt tot rust komt. Dicht bij mij of mijn vrouw. Thomas is nu 6 weken oud en sinds zijn geboorte is alles veranderd en tegelijkertijd lijkt de wereld nog precies zoals ze was, alsof Thomas er altijd al is geweest. En ergens is dat misschien ook wel zo. Met de geboorte van Thomas, is ook de vader in mij echt wakker geworden. Tijdens mijn studententijd kreeg ik meer dan eens de opmerking dat ik het vaderfiguur was in commissies en besturen. Ik zag dat nooit. Nu Thomas geboren is, voel ik pas echt die vader in me. En dat is niet altijd als een roze wolk.

De geboorte van mijn vaderschap

De geboorte van Thomas

De geboorte van Thomas ging niet zonder slag of stoot. Hij leek het erg goed naar de zin te hebben bij mij vrouw in haar buik. En met 42 weken vonden de specialisten dat Thomas (toen nog onder de werknaam ‘Fritsje’) nu toch echt geboren moest worden: ‘Code rood’ noemde ze het. Dit terwijl wij, als ouders, beide heel sterk het gevoel hadden dat hij gewoon nog niet zo ver was. En de echo’s en CTG’s bevestigde ons hierin: ‘Fritsje’ deed het prima. Maar 42 weken is 42 weken en code rood is code rood dus hoe het ook zij, op 5 september 2019 zou ons eerste kind geboren gaan worden.

Die ochtend mochten we ons om 7.15 melden in het ziekenhuis, waar de inleiding in gang gezet zou worden. Keurig op tijd melde we ons en werden we naar een verloskamer gebracht. Lies werd weer aan het CTG-apparaat gekoppeld en door middel van een zogenaamde hoofd-electrode, die met een schroefdraadje in het hoofd van ons nog ongeboren kindje werd gedraaid, werden de vliezen gebroken. Zoals gezegd, ons kindje was nog niet zover, dus ook het breken van de vliezen had niet het gewenste effect. De weeën bleven uit. Dan toch maar aan het infuus en de weeën-opwekkers. Het lichaam van mijn vrouw en kindje werden geen enkele keus gelaten, vandaag moest het geboren worden, punt, uit.

De weeën-opwekkers hadden uiteraard wel effect, maar moesten tot 2 keer toe verhoogd worden om uiteindelijk echt effectief te zijn. Het puffen begon en samen met mijn vrouw maakte ik een aantal heel intense uren door. Toen de weeën zo heftig werden dat mijn vrouw geen pauzes meer kreeg en ze het niet veel langer ging volhouden trok ik aan de bel. “Er moet nu iets gebeuren,” zei ik. En de verpleegkundige nam rustig plaats, terwijl Lies onder mijn begeleiding de zoveelste wee opving. Ik herhaalde dat Lies nu echt aan het einde van haar latijn dreigde te raken en dat er iets moest gaan gebeuren. Na nog weer 2 weeën kwam de verpleegkundige in beweging en ging de verloskundige halen. Dat duurde uiteraard ook weer even.

De gynaecoloog kwam binnen lopen en ik maakte duidelijk dat het tijd werd en dat Lies enorme persdrang had. De gynaecoloog constateerde dat ze inderdaad nagenoeg volledige ontsluiting had en ze zei dat Lies mocht gaan persen. En toen ging alles heel snel. Al na de tweede perswee werden de specialisten erg onrustig. Lies mocht ineens niet meer mee persen en moest van de ene naar de andere zij draaien. Ons kindje verdroeg de persweeën niet. Zijn hartslag dipte te veel en herstelde zich niet tussen de weeën. “Ik moet een spoedsectio gaan doen,” hoorde ik de gynaecoloog zeggen.

Het voelde alsof de wereld onder mijn voeten wegzakte. Een spoedkeizersnee. Spoed! Keizersnee! Alles waar ik vooraf bang voor was geweest leek in een klap waarheid te worden. Een bevalling is geen kattenpis, dat had ik vooraf maar al te goed beseft. Voorafgaand aan de bevalling, maakte ik me af en toe best wat zorgen over mijn vrouw en nog ongeboren kindje, want er kon ook best veel misgaan! Maar Lies had een goede conditie, was gezond en met ons kindje leek, tijdens de zwangerschap, ook alles volgens het boekje te gaan.

Dus we hoopten allebei op een intense, heftige, maar vooral natuurlijke bevalling. Lies wilde graag bevallen op een baarkruk en ik zou ons kindje opvangen bij de geboorte en zijn navelstreng doorknippen. Dat hele beeld kwam al enigszins onder druk te staan toen de bevalling leek uit te draaien op een inleiding. Maar met de mededeling “Ik moet een spoedsectio gaan doen” leek mijn hele wereld in één keer in elkaar te storten en mijn grootste angst waarheid te worden.

Met vliegende spoed werd Lies overgeheveld op een transport-bed en naar de OK gebracht. Ik mocht mee en werd weggeleid naar de omkleedruimte waar ik me in OK-kleding hees, naar de OK. Inmiddels was Lies al naar de OK gebracht en daar zat ze, of liever hing ze, om de nek van een OK verpleegkundige, terwijl haar rug werd ontsmet en ze een ruggenprik kreeg. ‘Jij mag daar gaan zitten,’ zei de verpleegkundige van de kraamafdeling die met ons mee was gegaan.

En daar zat ik dan, in een hoekje van de operatie kamer op een bureaustoel. Ik was compleet machteloos, terwijl mijn vrouw en kind, mijn meest dierbare, overgeleverd waren aan het OK- personeel. Nog geen 20 minuten daarvoor had ik Lies volledig kunnen ondersteunen en begeleiden. En nu kon ik niets anders doen dan, compleet machteloos, toekijken. En dan weet je dat je vader bent.

Ervaringen als vader in systemisch werk

Gedurende mijn opleiding tot systemisch en sjamanistisch coach met paarden veranderde mijn rol in opstellingen van ‘Het Hart’ naar ‘Vader’. Uiteraard was dit niet geheel toevallig. Ik ervaarde hoe het is om als vader in een opstelling te staan, welke emoties loskomen en wat het belang van vader is voor een kind. Dit bevestigde me in mijn gevoel en mijn overtuiging in wie ik wil zijn als vader voor Thomas: betrokken, zorgend en een lichtend voorbeeld. Dit voelt nog altijd als een mooie en tegelijkertijd grote opdracht: wordt meer van jezelf, voor jezelf en zeker voor Thomas.

Tijdens een sjamanistisch weekend werd me ook duidelijk dat vader zijn voor Thomas ook betekent ‘man-zijn’ voor zijn moeder. Gedurende de laatste dag ontstond een situatie waarbij ‘de man(nen)’ uit het veld gezet werden. Zowel de mannelijke paarden als de mensen-mannen moesten het veld verlaten: de vrouwen moesten deze transformatie op hun manier doen.

Nadat de vrouwen bij zichzelf en elkaar gekomen waren, konden de mannen weer toenadering zoeken en het veld betreden. Dit laatste kon echter alleen op nadrukkelijke uitnodiging van de vrouw. De mannen probeerden nog tweemaal om het ‘op hun manier te doen’. Maar door de transformatie van de vrouw was dat ongepast en werd dit door de vrouwen, terecht, niet langer geaccepteerd. Dit gaf me het inzicht dat dit de nieuwe situatie is: de vrouw wordt leidend en gesterkt door de aanwezigheid van de man. Niet langer de man boven de vrouw (of de vrouw boven de man). De man heeft de plek van de vrouw te respecteren en mag daarin naast haar staan, samen.

Mijn wens is dat de transformatie die dat weekend voor de vrouw heeft mogen plaats vinden, ook voor mannen mag gaan bewegen. Niet zoals nu: iedere man voor zich en achter gesloten deuren, gevoed door schuld en schaamte. Maar met elkaar en onder mannen, zodat mannen gesterkt weer naast de vrouw kunnen gaan staan.

De laatste maanden

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder sinds bovengenoemd weekend. We hebben we een corona-crisis en ik heb een persoonlijke crisis achter de rug. Het man-zijn voor mijn vrouw valt me zwaar. Ik voel de druk om te zorgen voor mijn gezin. Ik merk dat ik worstel met concepten van man-zijn en vaderschap. Bovenal wil ik een vader zijn die er is voor zijn kind én voor moeder. Dit maakt dat ik worstel met het stellen van prioriteiten, het maken van keuzes en trouw blijven aan mezelf.

Voorbeeld: ik wil actief betrokken zijn bij de dagelijkse verzorging van mijn zoontje. Ik voel me verantwoordelijk om mijn vrouw hier zo goed mogelijk in te ondersteunen. Dit maakt dat ik diep vanbinnen, vind dat ik bij iedere afspraak aanwezig moet zijn. Ik wil eigenlijk geen weegmoment, doktersafspraak of inenting missen. De reden hiervoor is tweeledig: 1) ik wil mijn vrouw en kind beschermen en 2) ik wil voor hen kunnen zorgen in alle aspecten. Tegelijkertijd wil ik een voorbeeld zijn voor mijn zoon. Ik wil ‘m laten zien hoe je iets in de wereld zet en voor hem alle randvoorwaarden creëren, emotioneel en zeker ook financieel, zodat hij zijn missie kan ontdekken en kan uitleven. Nog altijd ben ik zoekende hoe ik al die spreekwoordelijke ballen hoog kan houden.

Beschermen

De tweede dag van het leven van Thomas deed me heel duidelijk beseffen wat mijn beschermende rol betekent. Aangezien we niet hadden gerekend op een keizersnee en een langer verblijf in het ziekenhuis, ging ik op de tweede dag even langs huis. Ik wilde even douchen en onze kat verzorgen. Daarnaast raakte we op een rap tempo door de kleertjes heen omdat mijn zoontje graag plaste zonder luier en dus bijna alle kleertjes al nat waren.

Die middag ben ik al met al niet langer dan 1,5 uur weggeweest. Bij terugkomst in het ziekenhuis trof ik mijn vrouw aan, terwijl net twee verpleegkundige met haar en mijn zoontje bezig waren. Ik voelde dat iets niet klopte. Ik zag aan de blik in de ogen van mijn vrouw dat iets helemaal niet goed gegaan was. De verpleegkundigen raasden als een orkaan door de ruimte en waren binnen de kortste keren ook weer vertrokken.

Ik vroeg mijn vrouw wat er gebeurd was. Schijnbaar was één van de verpleegkundige nogal hardhandig geweest met Thomas en was daardoor de poging om hem bij mijn vrouw aan de borst te leggen volledig mislukt was. Vervolgens had ze Thomas, weer even hardhandig, bij haar weggepakt met de mededeling: “Dit gaat niet lukken en we moeten ‘m straks maar een flesje geven”. Vervolgens hadden ze Thomas verschoont en waren ze weer vertrokken.

Wij hadden beide de wens dat Thomas borstvoeding zou krijgen. Dit ging echter nog lang niet zoals we hadden gehoopt en we waren allebei bang dat het geven van een flesje dit proces alleen maar zou verstoren. Ik nam mezelf voor dat dit dus niet nog een keer ging gebeuren.

Een paar uur later kwam diezelfde verpleegkundige en de stagiaire weer terug. Voordat ik het door had, had ze Thomas alweer uit zijn bedje getrokken en op het aankleedkussen gelegd. ‘Of wil jij hem verschonen,’ vroeg ze overduidelijk aan de stagiaire.

In eerste instantie was ik enigszins uit het veld geslagen door de abrupte en hardhandige manier waarmee ze onze kamer waren binnen gekomen en Thomas uit zijn bed hadden gehaald. Ik hervond mezelf en zei met al mijn daadkrachtig, voordat de stagiaire ook maar kon reageren: ‘Ja! Ik verschoon ‘m!’

Er ging een schokje door de verpleegkundige heen en ik zag de stagiaire vertwijfeld kijken. ‘Nee, ik bedoelde haar,’ zei de verpleegkundige enigszins verbouwereerd. En de stagiaire stamelde dat het prima was als papa ‘m zou verschonen. Vervolgens ben ik niet meer van Thomas’ zij geweken.

Toen het tijd was om hem bij Lies aan de borst te leggen, bracht ik hem zelf naar Lies en hielp haar met het aanleggen, waarbij ik met mijn lichaamstaal heel duidelijk maakte dat ik het niet op prijs stelde dat ze het van me over zouden nemen. Al gauw kregen ze in de gaten dat we het prima met z’n drieën konden redden dropen ze af.

Mijn rol als vader

Die dagen werd mijn rol als vader, tenminste zoals ik die ervaar, heel duidelijk voor me. Wat overigens niet wil zeggen dat daarmee alle strubbelingen voorbij waren, zowel in mezelf als met Thomas.

Naast dat ik een actieve rol inneem in de verzorging en opvoeding van Thomas, vind ik ook dat ik de kost moet winnen voor mijn gezin. Dit is de afgelopen jaren niet gelukt, omdat het opstarten van mijn eigen onderneming nou eenmaal niet zo rechtlijnig is verlopen als ik had gehoopt. Het is voor Lies geen probleem dat ze hoofdkostwinner is. Ze is heel blij is dat ik veel thuis kan zijn, gelukkig ben met wat ik doe en er voor haar en Thomas kan zijn. Toch knaagt dit aan me.

Ik merk dat man-zijn en vaderschap voor mij betekent dat ik op alle vlakken, dus ook financieel, voor mijn gezin kan zorgen. Meer nog dan de cultureel bepaalde norm, zit in mij een oer-gevoel van ‘beschermen van’. Financieel zorgen voor mijn gezin is daar, voor mij, een onderdeel van. Een zoektocht waar ik nog niet uit ben.

Mijn missie en werk met de paarden

Het afgelopen jaar, en nu nog, heb ik mogen ervaren waar mijn missie ligt en heb ik een stapje mogen zetten op mijn eigen pad. In mijn ‘vader-worden’ ben ik ook mijn eigen vader, en mijn moeder, weer tegengekomen: zowel in mijzelf als in de wereld. Ik heb diepe steun van mijn ouders mogen ervaren en mogen voelen dat daar mijn bedding ligt. En ik ben mezelf en mijn pijn tegen gekomen.

In mijn werk met de paarden heb ik ervaren dat mijn pijn kennen en tegelijkertijd de bedding van mijn ouders ervaren mijn kracht is: Vanuit rust en met liefde zorgen voor een onvoorwaardelijke bedding, waarin je volledig mag zijn.

Ook opzoek naar jouw kracht? Kom naar één van mijn “Ontdek je Kracht”-dagen en ontmoet jezelf.


Het grootste misverstand rond time management

Het grootste misverstand rond time management

Het grootste misverstand rond time management

“There is not enough time to do all the nothing we want to do.”

Bill Watterson

Tijd is, naast onze gezondheid, ons meest kostbare bezit. Niet geld, niet je huis, niet de mooie auto. Nee, tijd! Van geld kun je altijd weer meer maken, maar van tijd niet! Elke seconde die voorbij gaat, krijg je nooit meer terug. En toch geven we onze tijd uit alsof het niets is. We spenderen uren op Facebook, Netflix, Youtube, 9gag, Dumpert. Ja, ook ik ken ze allemaal en ook ik ben schuldig. En toch…. Tijd is mijn meest kostbare bezit.

Dat betekend dat time management de meest cruciale skill is die je kunt leren. Want wat nu als je beter met je tijd om zou gaan? En wat betekent dat eigenlijk ‘beter met je tijd omgaan’?

Time Management

Time management gaat niet over zoveel mogelijk je tijd vol plannen. Dat is het grootste misverstand: niet iedere minuut van je dag moet volgepland zijn. Je hoeft niet de hele dag bezig of vooral druk te zijn. In tegendeel, time management gaat over precies het tegenovergestelde.

Time management gaat over rust ervaren, structuur hebben en voldoening voelen. Het gaat over zo goed mogelijk je energie gebruiken en je focus behouden zolang als jij kunt. Twee eenvoudige maar niet altijd simpele opdrachten.

Effectief vs efficiënt

Het gaat dus niet over efficiënter werken, maar over effectiever werken. Dat is het verschil tussen hard werken en slim werken. En dat is het verschil tussen druk zijn en veel gedaan krijgen. Efficiënt werken betekent dat je iets goed doet, effectief betekent dat de juiste dingen doen.

Kleine disclaimer

Ik ben een hopeloze uitsteller, ik ben afgestudeerd in ‘procrastineren’ en ik ken alle toffe sites waar je uren op kunt rondstruinen en heerlijk je tijd kunt verdoen. Ik heb 1,5 jaar gedaan over mijn bachelor scriptie waar 3 maanden voor stond en waar ik vervolgens een magere 6 voor kreeg.

En tegelijkertijd kan ik op een dag bergen verzetten. De literatuurstudie voor mijn masterthesis, waar ik drie maanden over mocht doen, heb ik in nog geen drie weken geschreven. En dit leverde me een dikke 8,5 op. Ik ben dus niet roomser dan de paus. Ik ken de struggles. En ik weet wat het kost om met dit hopeloze uitstel gedrag aan te pakken.

Basisprincipes

Ik geloof niet in de quick-fix. Alles draait om jouw manier van werken te ontdekken en voor jezelf een systeem te ontwikkelen dat voor jou werkt. Om zo’n systeem te kunnen opzetten voor jezelf, is het van belang dat je de basisprincipes snapt.

In het kort zijn basisprincipes de onderliggende regels voor een bepaalde tactiek, strategie of systeem. Ik wil jou deze basisprincipes geven voordat ik je mijn tactieken geef, zodat jij in staat bent om jouw eigen tactieken te bepalen.

Manage je energie, niet je tijd!

Je kunt je dag letterlijk van minuut tot minuut vol plannen. Je kunt je agenda helemaal vol duwen met taken, doelen, afspraken en activiteiten. En dan aan het eind van de dag jezelf afvragen: Wat heb ik vandaag nu eigenlijk gedaan?

Jarenlang heb ik ook zo gewerkt. Ik ging ’s morgens naar mijn werk, mijn agenda stond ramvol met afspraken en ik had een to-do lijst waar je u tegen zei. Ik ging achter mijn laptop zitten, opende mijn e-mail en de nieuws-sites en begon bovenaan. Vervolgens popte een herinnering op dat het tijd was voor een vergadering en voor ik het wist was het lunchtijd. Ik at mijn lunch achter mijn bureau terwijl ik naar mijn overvolle to-do lijst keek en ik nog gauw aan dat ene project werkte, voordat ik naar de volgende meeting moest rennen.

Aan het eind van de dag voelde ik me leeg en dan had ik met een beetje mazzel nog een blok van 2 uur leeg in mijn agenda om dat ene rapport af te werken of die superbelangrijke mails te versturen. Op deze manier sleepte ik mezelf de dag door. Aan het einde van de dag was ik opgebrand.

Druk, druk, druk!

Ik was de hele dag druk geweest, had geen moment rust ervaren, ik voelde me overweldigd en had het gevoel dat ik niets onder controle had. Ik liep continu tegen deadlines aan en probeerde dan last-minute nog dat rapport af te raffelen. Kort gezegd dit was geen fijne manier van werken.

Dit moest toch anders kunnen? Ik merkte dat ik in de ochtend het meest uitgerust en gefocust was. Maar tegelijkertijd wilde mijn collega’s het liefst al om 8.00u de eerste vergadering inplannen.

De game-changer

Ik besloot dat mijn ochtenden vanaf nu heilig waren en ik blokte de ochtenden in mijn outlook-agenda, zodat mijn collega’s dat ook zagen. Ik nam een koptelefoon mee naar mijn werk en koos iedere ochtend 3 acties waar ik die dag mee aan de slag zou gaan. Ik blokte mijn middagpauze en ging met een paar collega’s wandelen. Afspraken, bellen en mailen werden verplaatst naar de middag. Ik deelde mijn plannen met mijn collega’s en leidinggevende door een autoresponder in te stellen op mijn email. Dit was een absolute game-changer!

Een mooi bijkomend voordeel was de interessante discussies die mijn aanpak opleverde. Mijn beide leidinggevende kwamen al snel naar me toe toen ze voor de eerste keer mijn auto-responder hadden gelezen. Ze waren geïnteresseerd in mijn aanpak, ik deelde waar ik tegenaan liep en hoe ik dit aan wilde pakken. De auto-responder was niet noodzakelijk, dachten ze, en ze gaven aan dat dit ook wel eens voor hen zou kunnen werken.

Ik legde ze uit wat mijn nieuwe routine was en dat die gebaseerd was op dit principe: Manage je energie, niet je tijd. En ik tekende mijn energiecurve:

Energie curve

Mijn energiecurve

Ik ben een ochtend mens. Ik sta graag vroeg op, liefst rond 6.00u. en ik ben het productiefst tussen 7:30 en 11.00u. Daarna kak ik altijd wat in en zo vanaf een uur 14.30u begin ik weer een beetje op te laden.

Mijn tweede piek ligt tussen 15.00u en 16.00u en daarna loopt het weer hard terug. Als ik echt geïnspireerd ben, heb ik nog een laatste piekje van 20.00 tot 21.00 waarin ik met name graag creatief en technisch bezig ben aan mijn website of een andere creatieve hobby.

Toen ik dit in begon te zien en mijn activiteiten ging afstemmen op mijn energie veranderde mijn productiviteit drastisch. Aan het eind van de dag was ik niet helemaal leeg en ik had het gevoel dat ik op een dag echt veel gedaan kreeg. Mijn ochtenden zijn sindsdien heilig voor mij.

In de ochtend doe ik mijn denkwerk, zoals schrijven, concepten en trainingen bedenken. Na 11.00u open ik mijn e-mail en werk mijn mails af. Daarna ga ik lunchen en als het even kan ga ik even liggen voor een powernap van maximaal 20 minuten. De middag is voor afspraken, bellen en mijn paarden trainen of lesgeven.

Eind van de middag gaat mijn koptelefoon op, youtube aan en terwijl ik eten kook, kijk mijn favoriete youtube kanalen of luister ik naar een audioboek. Na het eten, nog even een uurtje wat doen of gezellig met mijn vrouw op de bank nog even een serie op Netflix. En dan om 21.30 naar bed.

Bepaal jouw energiecurve!

Hierboven heb ik mijn energiecurve beschreven. Dit is wat voor mij werkt, maar het zou heel goed kunnen dat jij een compleet andere energiecurve hebt. Misschien ben je wel een avondmens en start je ‘s morgens liever rustig op. En neemt jouw energie gedurende de ochtend geleidelijk aan toe om een piek te bereiken aan het eind van de middag. Met een tweede piek later op de avond.

De kunst is om te ontdekken hoe jouw energie zicht verdeelt over de dag en je activiteiten daarop af te stemmen.

Doe het volgende:

  1. Kijk naar jouw energie. Bepaal hoe jouw energiecurve loopt. Ben je visueel ingesteld? Teken het uit!
  2. Match jouw activiteiten met jouw energiecurve. Kijk naar je agenda en blok een periode van ten minsten 2 uur rond jouw energiepiek. Kies een tijdsblok waarop jij het meest gefocust en effectief bent en leg dit vast. Maak deze periode heilig!

Als je ‘van de wagen valt’

Herinner je mijn disclaimer nog? Ik ben een master procrastineerder! En ik val ook regelmatig ‘van de wagen’. Dit gebeurt en niet getreurd (oe dat rijmt). Wees mild naar jezelf, sluit die browser/e-mail/app en ga rustig verder waar je gebleven was.

Eerst het proces op orde? Of toch de missie?

Eerst het proces op orde? Of toch de missie?

Begin bij het eind, want dat is het begin.

We liepen weer eens samen door Den Bosch. Het was een koude dinsdagavond en we hadden elkaar alweer een paar maanden niet gesproken. Allebei ondernemer, allebei gestudeerd in Wageningen, maar pas na onze studententijd vrienden geworden. Eens in de paar maanden spreken we af, meestal in Den Bosch, om ‘bij te buurten’ over ondernemerschap, onze laatste inzichten en ook onze struggles.

Het paard achter de wagen

Hij had net een nieuwe baan binnen een klein, snelgroeiend bedrijf en ik vroeg ‘m hoe het beviel. Enthousiast vertelde hij hoe ‘ie de afgelopen weken met name op de werkvloer bezig was geweest om zijn collega’s en het bedrijf te leren kennen. Net die dag had hij een gesprek gehad met zijn baas en eigenaar van het bedrijf over zijn rol en taken. Vol passie vertelde hij over de lijst met acties die ze hadden afgesproken. En ik vroeg ‘m waar zijn prioriteit nu lag.

‘We moeten eerst ons proces op orde krijgen,’ zei hij, ‘Om het bedrijf nog meer te kunnen laten groeien en om kosten te verminderen, moeten we onze processen eerst beter inrichten.’

‘En daarna,’ vroeg ik.

‘Dan moeten we kijken wie wat gaat doen, hoe we onze mensen erbij betrekken en de juiste persoon op de juiste plek zetten.’

‘OK. En dan daarna.’

‘Dan gaan we aan de slag met de cijfers en hoe we dat dan managen,’ zei hij.

Ik was even stil en ik zag een beeld voor me van een ladder en twee gebouwen. ‘Maar wat is eigenlijk jullie missie en visie?’ vroeg ik.

Nu bleef het even stil. ‘Volgens mij heeft de eigenaar een hele goede visie,’ zei hij.

‘Mooi,’ zei ik, ‘en wat is de visie dan? Kun je die visie in één zin herhalen?’

Weer even stil. ‘Nee, eigenlijk niet,’ zei hij een tikkeltje twijfelachtig.

‘OK, dan zijn jullie drukbezig met het paard achter de wagen te spannen.’

‘Hoezo!?’ vroeg hij ietwat verbouwereerd.

‘Nou, volgens mij is het proces en de bijbehorende vernieuwing, niet het eerste wat jullie zouden moeten doen, maar het laatste.’

Weer even stil.

‘Volgens mij begint het bij het vaststellen van de visie en missie en eindigt het bij het proces. En niet andersom. Wanneer je bij het proces begint en terugwerkt, loop je het risico dat je, tegen de tijd dat je bij de visie en missie uitkomt, tot de conclusie komt dat je een bedrijf of een carrière hebt opgebouwd en ingericht dat niet past bij jouw visie. Je hebt als het ware je ladder tegen het verkeerde gebouw gezet.’

Start with the end in mind - Steven Covey
Begin bij het einde – Steven Covey

Begin bij het eind

Ik spreek regelmatig ondernemers, eigenaren en managers die enorm druk zijn met de inhoud van hun werk: het proces moet op orde, de kwaliteit moet beter of de cijfers moeten kloppen. Op de vragen: waar ben je naar onderweg? Wat zijn jouw doelen? En wat is jouw visie? En wat is jouw missie? Komt maar zelden een éénduidig antwoord.

En begrijp me niet verkeerd: het gaat niet over het hebben van een gelikte volzin met superlatieven en prachtige vergezichten. De zoektocht naar jouw visie en jouw missie is de aanjager voor al wat daarna komt: de strategie, de kwaliteit, de verantwoordelijkheid en uiteindelijk de vernieuwing en het proces. Anders gezegd, als jij niet weet waar je het allemaal voor doet, wat jouw drijft en waar je naar onderweg bent. Hoe weet je dan dat je de juiste dingen doet?

Staat jouw ladder tegen het juiste gebouw? Loop je op het juiste pad? Wat is jouw missie?

Wil je jouw missie ontdekken? Klik dan hier >>